Zelfvertrouwen: de stille kracht achter prestatie

Benedict Koopmans • 3 december 2025

Soms kom ik mezelf tegen in mijn werk. Niet letterlijk natuurlijk, maar in de verhalen en gevoelens van de mensen die tegenover me zitten. Hun twijfels, hun perfectionisme, hun angst om niet genoeg te zijn, ik herken ze maar al te goed. Dat zijn de momenten waarop ik besef: de stukken die ik zelf heb moeten doorleven, zijn precies wat mij helpt om een ander beter te begrijpen.

Ik geloof niet dat we onze eigen thema’s ooit helemaal ‘achter ons laten’. Eerder dat we leren er anders mee om te gaan. Waar ik vroeger mijn onzekerheid zag als een obstakel, zie ik die nu als een bron van begrip. De dingen die ik zelf heb gevoeld, de spanning om het goed te doen, de angst om afgewezen te worden, het willen vasthouden aan controle: dat zijn precies de gevoelens die ik bij mijn leerlingen herken.

En misschien is dat ook wat zelfvertrouwen echt is: niet het ontbreken van angst of twijfel, maar het vermogen om er vriendelijk naar te kijken.


Zelfvertrouwen in de sport

In de sport zien we zelfvertrouwen vaak als iets wat je nog hebt om te presteren. “Je moet meer vertrouwen hebben in jezelf”, hoor ik vaak. Alsof het een knop is die je even aanzet voordat je de ring in rijdt of die belangrijke presentatie die je moet geven.

Maar in werkelijkheid is zelfvertrouwen iets wat groeit, langzaam, gelaagd, en vaak juist in de momenten dat het even niet gaat zoals je had gehoopt. Het ontstaat niet in de perfecte proef of presentatie, maar in hoe je met de imperfectie omgaat.

Ik zie het in ruiters die een fout maken, maar toch hun focus hervinden. In leerlingen die leren om spanning niet als vijand, maar als informatie te zien. En in sporters die ontdekken dat hun waarde niet afhankelijk is van één beoordeling, één proef, of de mening van anderen.


De angst om los te laten

Onder veel prestatiedrang ligt iets zachts en kwetsbaars: de angst om los te laten. Soms is dat een vorm van verlatingsangst, de diepe overtuiging dat je alleen veilig bent als je alles onder controle hebt, of als je de goedkeuring van anderen behoudt.

Die angst kan je scherp maken, maar ook uitputten. Het zorgt ervoor dat je alles wilt vasthouden, perfectioneren of beheersen. En juist daardoor raak je verwijderd van het gevoel van vertrouwen dat je zoekt.

In mijn eigen werk kom ik dit ook tegen. Ik merk hoe moeilijk het soms is om echt te vertrouwen. Op mezelf, op het proces, op de ander. Maar steeds opnieuw besef ik: vertrouwen groeit pas als je bereid bent iets los te laten.


De menselijke kant van groei

Iedere sporter, ieder mens, heeft zijn of haar eigen weg te gaan. En dat laat zien hoe universeel dit thema is.
De ene worstelt met onzekerheid, de ander met controle, weer een ander met de angst om niet gezien te worden.

Als begeleider wil ik mijn leerlingen helpen om hun eigen pad te lopen, zonder dat ze alle hobbels hoeven te nemen die ik zelf tegenkwam. Tegelijkertijd weet ik: sommige stukken zijn juist nodig. Omdat ze leren dat vertrouwen niet wordt gegeven, het wordt opgebouwd, stukje voor stukje, door eerlijk te zijn over wat je voelt.

Zelfvertrouwen is geen masker van zekerheid. Het is de stille stem die zegt: “Ik mag er zijn, ook als ik het even niet weet.” En misschien is dat wel de meest menselijke vorm van kracht die er bestaat.


Mis jij op dit moment zelfvertrouwen in hetgeen je doet? Laten we dan contact hebben, ik kan je helpen.

door Benedict Koopmans • 1 oktober 2026
Zelf heb ik me jarenlang aangepast aan wat ik dacht dat de ander van mij nodig had. Uit loyaliteit, uit liefde en misschien ook vanuit de overtuiging dat ik de ander niet mocht teleurstellen. Ik werd steeds beter in rekening houden met anderen, terwijl ik steeds minder stilstond bij wat ik zelf voelde, wilde en nodig had. En ergens onderweg raakte ik verwijderd van wie ik in de kern ben. Op de foto die Nascha afgelopen voorjaar van mij maakte, trek ik letterlijk mijn jas uit. Terwijl ik de foto terugkeek, moest ik denken aan de jassen die we figuurlijk allemaal weleens aantrekken. Waardering van anderen Soms trekken we zo’n jas bewust aan, maar vaak gebeurt het geleidelijk en merken we pas veel later dat we onszelf ergens onderweg zijn kwijtgeraakt. Jassen die ons beschermen, die ervoor zorgen dat we erbij horen en dat anderen tevreden zijn. Ik denk dat dit bij veel mensen gebeurt. We leren al vroeg om rekening te houden met anderen, om aardig gevonden te worden, om goed te presteren en om aan verwachtingen te voldoen. Daar is op zichzelf niets mis mee. We hebben elkaar nodig en het is heel menselijk om gezien, gewaardeerd en bevestigd te willen worden. De vraag wordt interessant wanneer de waardering van anderen bepalend wordt voor hoe we onszelf zien. Wanneer je na een wedstrijd vooral wilt weten wat je trainer ervan vond. Wanneer je een beslissing neemt en eigenlijk eerst wilt horen of een ander denkt dat het een goede keuze is. Wanneer je iets deelt en vervolgens steeds kijkt naar de reacties. Of wanneer je jezelf vergelijkt met anderen en hun succes gebruikt als maatstaf voor hoe goed jij het doet. Voor sporters kan dat heel subtiel gebeuren. Je rijdt een goede proef, maar bent pas echt tevreden wanneer je trainer enthousiast reageert. Je maakt een fout en bent vervolgens vooral bezig met wat de jury, je trainer, je ouders of de mensen langs de ring daarvan zullen denken. Je gaat harder trainen omdat je jezelf wilt bewijzen, terwijl je ergens onderweg vergeet te voelen waarom je eigenlijk zo graag sport. Dan kan presteren steeds meer gaan voelen als een manier om jezelf te bewijzen. Aan anderen, maar uiteindelijk misschien ook aan jezelf. Zelfvertrouwen onder druk Als ik kijk naar veel van de thema’s waarmee ik als sportpsycholoog en high-performance coach werk, komt zelfvertrouwen daar steeds weer in terug. Prestatiedruk, perfectionisme, omgaan met fouten, de behoefte om jezelf te bewijzen, de mening van anderen en de spanning van een wedstrijd lijken verschillende onderwerpen, maar raken vaak aan dezelfde onderliggende vraag: Kan ik op mezelf vertrouwen, ook wanneer het spannend wordt? Wanneer je prestaties steeds meer gaan bepalen hoe je over jezelf denkt, komt er bij iedere wedstrijd ineens veel meer op het spel te staan dan alleen die wedstrijd. Een fout wordt dan niet zomaar een fout. Een mindere score kan voelen als een bevestiging dat je tekortschiet. En een goede prestatie geeft weliswaar voldoening, maar soms ook slechts tijdelijk, omdat je jezelf daarna opnieuw moet bewijzen. Dat kan de druk behoorlijk verhogen. En juist daarom vind ik zelfvertrouwen zo’n interessant onderwerp binnen de sportpsychologie. Het gaat voor mij niet alleen over de gedachte “ik kan dit”. Het gaat ook over vertrouwen in je eigen oordeel, je eigen gevoel en je vermogen om met de gevolgen van je keuzes om te gaan. Je hoeft daarbij niet overal zeker van te zijn. Je mag twijfelen, advies vragen en geraakt worden door wat een ander van je vindt. De basis blijft alleen bij jezelf liggen. Ambitie en eigenwaarde Ook in de sport betekent dat voor mij niet dat een resultaat er niet toe doet. Natuurlijk wil je presteren. Je wilt groeien, doelen behalen en het beste uit jezelf en je paard halen. Ambitie hoeft helemaal niet het probleem te zijn. Er ontstaat iets anders wanneer je resultaat bepaalt hoeveel vertrouwen en waardering je jezelf op dat moment geeft. Je kunt ontzettend ambitieus zijn en tegelijkertijd leren dat jouw waarde niet iedere keer opnieuw bewezen hoeft te worden. Dat is misschien wel een van de belangrijkste dingen die ik zelf heb geleerd. Je kunt hoge eisen aan jezelf stellen en tegelijkertijd leren om jezelf niet voortdurend te hoeven bewijzen. Weer leren luisteren naar jezelf Dat vertrouwen ontstaat ook niet ineens. Je bouwt het op door jezelf serieus te nemen. Door te luisteren naar wat er in je speelt, door grenzen aan te geven wanneer iets voor jou niet klopt en door keuzes te maken die passen bij wie je bent. Soms betekent dat ook dat iemand anders teleurgesteld is of je keuze niet begrijpt. Dat kan ongemakkelijk zijn, zeker wanneer je gewend bent om jezelf aan te passen. Juist daar zit voor mij een belangrijk stuk groei. Kun je bij jezelf blijven wanneer iemand anders iets anders van je vindt? Kun je jezelf blijven waarderen wanneer je een fout maakt? En durf je een keuze te maken omdat jij voelt dat die bij je past, ook wanneer je vooraf niet weet hoe anderen daarop zullen reageren? Daar begint voor mij steeds meer zelfvertrouwen te ontstaan. De jas uitdoen betekent voor mij daarom niet dat je je afsluit voor de mening van anderen of niemand meer nodig hebt. Het betekent dat je jezelf weer een plek geeft in het geheel. Dat je jezelf opnieuw de vraag durft te stellen: wat vind ík eigenlijk, wat wil ík en wat past bij mij? Een mooie vorm van zelfvertrouwen zou kunnen zijn: weten dat je mag luisteren naar anderen, terwijl je jezelf ondertussen niet meer uit het oog verliest. Ook wanneer de druk hoog is. Ook wanneer er iets op het spel staat. Ook wanneer je graag wilt laten zien wat je kunt. Welke jas draag jij? Dus als je vandaag een jas aantrekt, vraag jezelf dan eens af welke delen daarvan echt van jou zijn en welke je misschien al jaren draagt omdat je ooit hebt geleerd dat ze nodig waren om erbij te horen. En misschien durf je hem af en toe gewoon uit te trekken.
door Benedict Koopmans • 12 augustus 2026
5 manieren om een ruiter echt te helpen
Meer posts