Waarom ‘kilometers maken’ niet genoeg is, en wat er eigenlijk niet gezien mag worden

Benedict Koopmans • 22 december 2025

In de hippische sport, maar ook daarbuiten, hoor ik het vaker: “Je moet gewoon meer kilometers maken.” Alsof tijd in het zadel vanzelf leidt tot groei, ontwikkeling of verfijning. En ja, ervaring opdoen is belangrijk. Maar ervaring zonder bewustzijn creëert vooral méér van hetzelfde. Het bevestigt patronen die al bestaan, en het geeft geen ruimte aan het potentieel dat nog onder de oppervlakte ligt. Wat mij al jaren opvalt, is dat veel ruiters blijven hangen in een soort technische herhaling. De oefeningen stapelen zich op, de adviezen worden steeds gedetailleerder, maar de kern van het probleem blijft intact. Niet omdat ze niet willen leren, maar omdat ze op een bepaald punt tegen zichzelf aanlopen. En daar begint het mentale stuk. Ik heb het geluk dat ik mag werken met trainers die mijn werk als toegevoegde waarde zien, maar er is in mijn ogen veel winst te behalen.


Mentale training opent lagen die instructeurs niet altijd kunnen begeleiden

Wanneer ruiters bij mij komen, hoor ik vaak hetzelfde verhaal: “Mijn instructeur zegt dat ik gewoon meer moet rijden”, “eerst maar meer kilometers maken” of “je zit nog niet op een niveau voor mentale training.” Maar laten we eerlijk zijn: dit gaat meestal niet over “niveau”. Dit gaat over iets anders.

Veel instructeurs werken vanuit techniek, houding en zit, biomechanica, impuls en ontspanning. Allemaal waardevol, maar beperkt wanneer de ruiter intern vastloopt. Mentale training raakt iets veel diepers. Het raakt aspecten als overtuigingen, zelfbeeld, angst en prestatiedruk, perfectionisme, blokkades in het lichaam of oude patronen. Niet iedere instructeur voelt zich veilig of bekwaam om dat stuk aan te raken, en dat is begrijpelijk. Maar het betekent wel dat het gemakkelijker is om te zeggen dat iemand “nog niet ver genoeg is” voor mentale training, dan om toe te geven dat dit niet hun domein is.


Wat er niet gezien mag worden

Een ruiter die mentaal groeit, verandert. En verandering betekent dat iemand anders gaat voelen, anders gaat rijden, bewuster wordt, vragen gaat stellen en soms ook andere keuzes gaat maken. Dat kan spannend zijn, voor zowel de ruiter als de instructeur. Want als je leerling ineens meer inzicht krijgt, meer eigenaar wordt van zijn of haar proces, en niet meer afhankelijk is van constante technische input, dan verschuift er iets in de dynamiek. Mentale ontwikkeling brengt autonomie, en dat kan ervaren worden als “verlies van controle”. Niet iedere instructeur, maar sommige zeker, worstelen met de gedachte “Als mijn leerling ergens anders iets vindt wat werkt, ben ik ze dan kwijt?” of “Wat als die ruiter ontdekt dat een deel van de spanning die ik al jaren zie, eigenlijk iets mentaals is?” Het vraagt moed en vertrouwen om iemand door te verwijzen. En het vraagt de kracht om te zeggen: “Ik kan niet alles, maar samen kunnen we meer.” Dat is samenwerking. Dat is professionaliteit. Maar daar lijkt de hippische wereld nog niet altijd klaar voor.


Waarom ‘kilometers’ soms voelt als een veilige afleiding

Kilometers maken is meetbaar, het is concreet en het voelt productief. Maar het leidt ook de aandacht af van wat er echt speelt. De ruiter hoeft niet stil te staan bij onzekerheid, spanning, faalangst of patronen die in het lijf vastzitten. De instructeur hoeft die diepe laag niet aan te raken. Het is een veilige manier om in beweging te blijven, zonder werkelijk te veranderen.

Daarom werk ik zo graag op het mentale vlak. Niet omdat het “beter” is dan technische training, maar omdat het de basis is die techniek pas echt laat werken. Mentale training maakt de ruiter bewuster, het geeft ruimte in het lijf en in het hoofd, het haalt onzichtbare blokkades weg, het versterkt zelfvertrouwen, het brengt rust in het rijden en het creëert verbinding met het paard die je niet kunt forceren. De ontwikkeling die hieruit ontstaat, gaat verder dan kilometers, het verandert de manier waarop iemand denkt, voelt, beweegt en rijdt. Een ruiter die mentaal groeit, groeit óók technisch. Soms sneller dan jarenlange technische lessen ooit hebben opgeleverd. En dat is precies waarom mentale training geen “luxe” is voor later, maar een fundament voor nu.


Tot slot

Ik vindt dat iedere ruiter recht heeft op die diepe ontwikkeling. Op het benutten van zijn of haar volledige potentieel. En ja: ik begrijp heel goed dat moed vraagt van een instructeur om verder te kijken dan techniek. Maar wie dat durft, opent een andere wereld. Kilometers maken blijft belangrijk, maar mentale training maakt het pad vrij om die kilometers op de juiste manier in te zetten. 

door Benedict Koopmans • 1 oktober 2026
Zelf heb ik me jarenlang aangepast aan wat ik dacht dat de ander van mij nodig had. Uit loyaliteit, uit liefde en misschien ook vanuit de overtuiging dat ik de ander niet mocht teleurstellen. Ik werd steeds beter in rekening houden met anderen, terwijl ik steeds minder stilstond bij wat ik zelf voelde, wilde en nodig had. En ergens onderweg raakte ik verwijderd van wie ik in de kern ben. Op de foto die Nascha afgelopen voorjaar van mij maakte, trek ik letterlijk mijn jas uit. Terwijl ik de foto terugkeek, moest ik denken aan de jassen die we figuurlijk allemaal weleens aantrekken. Waardering van anderen Soms trekken we zo’n jas bewust aan, maar vaak gebeurt het geleidelijk en merken we pas veel later dat we onszelf ergens onderweg zijn kwijtgeraakt. Jassen die ons beschermen, die ervoor zorgen dat we erbij horen en dat anderen tevreden zijn. Ik denk dat dit bij veel mensen gebeurt. We leren al vroeg om rekening te houden met anderen, om aardig gevonden te worden, om goed te presteren en om aan verwachtingen te voldoen. Daar is op zichzelf niets mis mee. We hebben elkaar nodig en het is heel menselijk om gezien, gewaardeerd en bevestigd te willen worden. De vraag wordt interessant wanneer de waardering van anderen bepalend wordt voor hoe we onszelf zien. Wanneer je na een wedstrijd vooral wilt weten wat je trainer ervan vond. Wanneer je een beslissing neemt en eigenlijk eerst wilt horen of een ander denkt dat het een goede keuze is. Wanneer je iets deelt en vervolgens steeds kijkt naar de reacties. Of wanneer je jezelf vergelijkt met anderen en hun succes gebruikt als maatstaf voor hoe goed jij het doet. Voor sporters kan dat heel subtiel gebeuren. Je rijdt een goede proef, maar bent pas echt tevreden wanneer je trainer enthousiast reageert. Je maakt een fout en bent vervolgens vooral bezig met wat de jury, je trainer, je ouders of de mensen langs de ring daarvan zullen denken. Je gaat harder trainen omdat je jezelf wilt bewijzen, terwijl je ergens onderweg vergeet te voelen waarom je eigenlijk zo graag sport. Dan kan presteren steeds meer gaan voelen als een manier om jezelf te bewijzen. Aan anderen, maar uiteindelijk misschien ook aan jezelf. Zelfvertrouwen onder druk Als ik kijk naar veel van de thema’s waarmee ik als sportpsycholoog en high-performance coach werk, komt zelfvertrouwen daar steeds weer in terug. Prestatiedruk, perfectionisme, omgaan met fouten, de behoefte om jezelf te bewijzen, de mening van anderen en de spanning van een wedstrijd lijken verschillende onderwerpen, maar raken vaak aan dezelfde onderliggende vraag: Kan ik op mezelf vertrouwen, ook wanneer het spannend wordt? Wanneer je prestaties steeds meer gaan bepalen hoe je over jezelf denkt, komt er bij iedere wedstrijd ineens veel meer op het spel te staan dan alleen die wedstrijd. Een fout wordt dan niet zomaar een fout. Een mindere score kan voelen als een bevestiging dat je tekortschiet. En een goede prestatie geeft weliswaar voldoening, maar soms ook slechts tijdelijk, omdat je jezelf daarna opnieuw moet bewijzen. Dat kan de druk behoorlijk verhogen. En juist daarom vind ik zelfvertrouwen zo’n interessant onderwerp binnen de sportpsychologie. Het gaat voor mij niet alleen over de gedachte “ik kan dit”. Het gaat ook over vertrouwen in je eigen oordeel, je eigen gevoel en je vermogen om met de gevolgen van je keuzes om te gaan. Je hoeft daarbij niet overal zeker van te zijn. Je mag twijfelen, advies vragen en geraakt worden door wat een ander van je vindt. De basis blijft alleen bij jezelf liggen. Ambitie en eigenwaarde Ook in de sport betekent dat voor mij niet dat een resultaat er niet toe doet. Natuurlijk wil je presteren. Je wilt groeien, doelen behalen en het beste uit jezelf en je paard halen. Ambitie hoeft helemaal niet het probleem te zijn. Er ontstaat iets anders wanneer je resultaat bepaalt hoeveel vertrouwen en waardering je jezelf op dat moment geeft. Je kunt ontzettend ambitieus zijn en tegelijkertijd leren dat jouw waarde niet iedere keer opnieuw bewezen hoeft te worden. Dat is misschien wel een van de belangrijkste dingen die ik zelf heb geleerd. Je kunt hoge eisen aan jezelf stellen en tegelijkertijd leren om jezelf niet voortdurend te hoeven bewijzen. Weer leren luisteren naar jezelf Dat vertrouwen ontstaat ook niet ineens. Je bouwt het op door jezelf serieus te nemen. Door te luisteren naar wat er in je speelt, door grenzen aan te geven wanneer iets voor jou niet klopt en door keuzes te maken die passen bij wie je bent. Soms betekent dat ook dat iemand anders teleurgesteld is of je keuze niet begrijpt. Dat kan ongemakkelijk zijn, zeker wanneer je gewend bent om jezelf aan te passen. Juist daar zit voor mij een belangrijk stuk groei. Kun je bij jezelf blijven wanneer iemand anders iets anders van je vindt? Kun je jezelf blijven waarderen wanneer je een fout maakt? En durf je een keuze te maken omdat jij voelt dat die bij je past, ook wanneer je vooraf niet weet hoe anderen daarop zullen reageren? Daar begint voor mij steeds meer zelfvertrouwen te ontstaan. De jas uitdoen betekent voor mij daarom niet dat je je afsluit voor de mening van anderen of niemand meer nodig hebt. Het betekent dat je jezelf weer een plek geeft in het geheel. Dat je jezelf opnieuw de vraag durft te stellen: wat vind ík eigenlijk, wat wil ík en wat past bij mij? Een mooie vorm van zelfvertrouwen zou kunnen zijn: weten dat je mag luisteren naar anderen, terwijl je jezelf ondertussen niet meer uit het oog verliest. Ook wanneer de druk hoog is. Ook wanneer er iets op het spel staat. Ook wanneer je graag wilt laten zien wat je kunt. Welke jas draag jij? Dus als je vandaag een jas aantrekt, vraag jezelf dan eens af welke delen daarvan echt van jou zijn en welke je misschien al jaren draagt omdat je ooit hebt geleerd dat ze nodig waren om erbij te horen. En misschien durf je hem af en toe gewoon uit te trekken.
door Benedict Koopmans • 12 augustus 2026
5 manieren om een ruiter echt te helpen
Meer posts