Van angstcultuur naar groeicultuur

Benedict Koopmans • 19 februari 2025

Hoe kan een schaatsteam de paardensport inspireren?

"De drempel om hulp te vragen, was groot. Dit heeft er destijds toe geleid dat ik de training van mijn talentvolle dressuurpaard, uit handen moest geven. Omdat ik toen niet wist in welke hoek ik hulp kon vinden, ook mijn directe omgeving wist dit niet. Onwetendheid, maar wellicht ook door het taboe wat er in de paardensport rust op het vragen van sportpsychologische hulp. Zowel mijn paard als ik -Benedict- zijn goed terecht gekomen. Begeleiding had mij kunnen helpen, en daardoor maak ik graag anderen ervan bewust dat hulp vragen geen taboe hoeft te zijn."


Bij schaatsteam IKO-X20 Badkamers begrijpen ze dit maar al te goed. Voor mij een reden om in gesprek te gaan met Psyned sportpsycholoog Yara van Gendt. Mijn belangrijkste vraag? Wat is er nodig om het taboe van sportpsychologische begeleiding in de paardensport te doorbreken. Lees je mee?


Normaalste zaak van de wereld

Bij schaatsteam IKO-X20 is sportpsychologische begeleiding net zo normaal als fysieke training. Schaatsers weten dat mentale kracht essentieel is om optimaal te presteren onder druk. De begeleiding helpt hen om beter met stress, verwachtingen en tegenslagen om te gaan. Dit creëert niet alleen veerkrachtige atleten, maar ook een cultuur waarin mentale gezondheid centraal staat.


Mijn ervaring leert mij dat er in de paardensport nog een groot taboe ligt op het zoeken van hulp voor je mentale uitdaging. Veel ruiters durven geen begeleiding te zoeken uit angst om als “zwak” te worden gezien. Dit taboe wordt naar mijn idee versterkt doordat trainers, coaches en de sportbond niet altijd samenwerken op het gebied van sportpsychologische begeleiding. Er ontstaat een situatie waarin ruiters het gevoel hebben dat ze het mentaal alleen moeten oplossen, zonder de juiste ondersteuning.


Om dit taboe te doorbreken, zou mentale begeleiding genormaliseerd mogen worden. Een groot obstakel in de hippische sport is het feit dat trainers, bondscoaches en de bond vaak onbedoeld op hun eigen eiland zitten. Er is weinig aandacht voor de mentale gezondheid van de ruiters. Trainers, bondscoaches en sportbonden zullen moeten samenwerken om mentale gezondheid even belangrijk te maken als fysieke training. Voor ruiters werkt het beter als zij zonder oordeel of stigma, hulp kunnen vragen bij een sportpsycholoog.


Dit staat in schril contrast met de aanpak van schaatsteam IKO-X20, waar Yara nauw samenwerkt met trainers en coaches om ervoor te zorgen dat de atleten zowel fysiek, als mentaal optimaal ondersteund worden.

Door een brug te slaan tussen de verschillende ‘eilanden’ binnen de sport, kunnen we een systeem creëren dat mentale gezondheid actief ondersteunt. Is dit iets waar wij binnen de paardensport van kunnen leren?

 

Het doorbreken van het taboe, een gezamenlijke verantwoordelijkheid

De eerste stap naar verandering begint bij een open dialoog. Trainers en coaches kunnen dit doen door het onderwerp bespreekbaar te maken en ruiters aan te moedigen om hun mentale gezondheid serieus te nemen. Een volgende stap daarin zou kunnen zijn dat er, ook door topsporters, openlijk over wordt gesproken. De sportbond kan hierin een belangrijke rol spelen door sportpsychologische begeleiding actief te promoten en toegankelijk te maken voor alle niveaus van de sport, van amateur tot professional. Het schaatsteam laat zien dat mentale gezondheid een integraal onderdeel kan zijn van de (top)sport, zonder dat dit als zwakte wordt gezien.


De weg naar gezondere paardensport

Kortom, de lessen die de paardensport kan leren van schaatsteam IKO-X20 Badkamers zijn duidelijk: mentale gezondheid moet een vast onderdeel worden van de begeleiding van ruiters. Door sportpsychologische begeleiding te normaliseren, trainers, coaches en psychologen te laten samenwerken, en mentale training net zo belangrijk te maken als fysieke training, kunnen we de paardensport naar een hoger niveau tillen.

Het is tijd om het taboe te doorbreken en te erkennen dat mentale gezondheid essentieel is voor succes in de sport – voor zowel mens als paard.  En ik kan je daarbij helpen!


Benedict Koopmans


In een vervolg op dit artikel zal ik dieper ingaan op hoe ik denk dat sportpsychologische begeleiding genormaliseerd kan worden en welke concrete stappen ruiters, trainers, coaches en sportbonden kunnen zetten.

door Benedict Koopmans • 1 oktober 2026
Zelf heb ik me jarenlang aangepast aan wat ik dacht dat de ander van mij nodig had. Uit loyaliteit, uit liefde en misschien ook vanuit de overtuiging dat ik de ander niet mocht teleurstellen. Ik werd steeds beter in rekening houden met anderen, terwijl ik steeds minder stilstond bij wat ik zelf voelde, wilde en nodig had. En ergens onderweg raakte ik verwijderd van wie ik in de kern ben. Op de foto die Nascha afgelopen voorjaar van mij maakte, trek ik letterlijk mijn jas uit. Terwijl ik de foto terugkeek, moest ik denken aan de jassen die we figuurlijk allemaal weleens aantrekken. Waardering van anderen Soms trekken we zo’n jas bewust aan, maar vaak gebeurt het geleidelijk en merken we pas veel later dat we onszelf ergens onderweg zijn kwijtgeraakt. Jassen die ons beschermen, die ervoor zorgen dat we erbij horen en dat anderen tevreden zijn. Ik denk dat dit bij veel mensen gebeurt. We leren al vroeg om rekening te houden met anderen, om aardig gevonden te worden, om goed te presteren en om aan verwachtingen te voldoen. Daar is op zichzelf niets mis mee. We hebben elkaar nodig en het is heel menselijk om gezien, gewaardeerd en bevestigd te willen worden. De vraag wordt interessant wanneer de waardering van anderen bepalend wordt voor hoe we onszelf zien. Wanneer je na een wedstrijd vooral wilt weten wat je trainer ervan vond. Wanneer je een beslissing neemt en eigenlijk eerst wilt horen of een ander denkt dat het een goede keuze is. Wanneer je iets deelt en vervolgens steeds kijkt naar de reacties. Of wanneer je jezelf vergelijkt met anderen en hun succes gebruikt als maatstaf voor hoe goed jij het doet. Voor sporters kan dat heel subtiel gebeuren. Je rijdt een goede proef, maar bent pas echt tevreden wanneer je trainer enthousiast reageert. Je maakt een fout en bent vervolgens vooral bezig met wat de jury, je trainer, je ouders of de mensen langs de ring daarvan zullen denken. Je gaat harder trainen omdat je jezelf wilt bewijzen, terwijl je ergens onderweg vergeet te voelen waarom je eigenlijk zo graag sport. Dan kan presteren steeds meer gaan voelen als een manier om jezelf te bewijzen. Aan anderen, maar uiteindelijk misschien ook aan jezelf. Zelfvertrouwen onder druk Als ik kijk naar veel van de thema’s waarmee ik als sportpsycholoog en high-performance coach werk, komt zelfvertrouwen daar steeds weer in terug. Prestatiedruk, perfectionisme, omgaan met fouten, de behoefte om jezelf te bewijzen, de mening van anderen en de spanning van een wedstrijd lijken verschillende onderwerpen, maar raken vaak aan dezelfde onderliggende vraag: Kan ik op mezelf vertrouwen, ook wanneer het spannend wordt? Wanneer je prestaties steeds meer gaan bepalen hoe je over jezelf denkt, komt er bij iedere wedstrijd ineens veel meer op het spel te staan dan alleen die wedstrijd. Een fout wordt dan niet zomaar een fout. Een mindere score kan voelen als een bevestiging dat je tekortschiet. En een goede prestatie geeft weliswaar voldoening, maar soms ook slechts tijdelijk, omdat je jezelf daarna opnieuw moet bewijzen. Dat kan de druk behoorlijk verhogen. En juist daarom vind ik zelfvertrouwen zo’n interessant onderwerp binnen de sportpsychologie. Het gaat voor mij niet alleen over de gedachte “ik kan dit”. Het gaat ook over vertrouwen in je eigen oordeel, je eigen gevoel en je vermogen om met de gevolgen van je keuzes om te gaan. Je hoeft daarbij niet overal zeker van te zijn. Je mag twijfelen, advies vragen en geraakt worden door wat een ander van je vindt. De basis blijft alleen bij jezelf liggen. Ambitie en eigenwaarde Ook in de sport betekent dat voor mij niet dat een resultaat er niet toe doet. Natuurlijk wil je presteren. Je wilt groeien, doelen behalen en het beste uit jezelf en je paard halen. Ambitie hoeft helemaal niet het probleem te zijn. Er ontstaat iets anders wanneer je resultaat bepaalt hoeveel vertrouwen en waardering je jezelf op dat moment geeft. Je kunt ontzettend ambitieus zijn en tegelijkertijd leren dat jouw waarde niet iedere keer opnieuw bewezen hoeft te worden. Dat is misschien wel een van de belangrijkste dingen die ik zelf heb geleerd. Je kunt hoge eisen aan jezelf stellen en tegelijkertijd leren om jezelf niet voortdurend te hoeven bewijzen. Weer leren luisteren naar jezelf Dat vertrouwen ontstaat ook niet ineens. Je bouwt het op door jezelf serieus te nemen. Door te luisteren naar wat er in je speelt, door grenzen aan te geven wanneer iets voor jou niet klopt en door keuzes te maken die passen bij wie je bent. Soms betekent dat ook dat iemand anders teleurgesteld is of je keuze niet begrijpt. Dat kan ongemakkelijk zijn, zeker wanneer je gewend bent om jezelf aan te passen. Juist daar zit voor mij een belangrijk stuk groei. Kun je bij jezelf blijven wanneer iemand anders iets anders van je vindt? Kun je jezelf blijven waarderen wanneer je een fout maakt? En durf je een keuze te maken omdat jij voelt dat die bij je past, ook wanneer je vooraf niet weet hoe anderen daarop zullen reageren? Daar begint voor mij steeds meer zelfvertrouwen te ontstaan. De jas uitdoen betekent voor mij daarom niet dat je je afsluit voor de mening van anderen of niemand meer nodig hebt. Het betekent dat je jezelf weer een plek geeft in het geheel. Dat je jezelf opnieuw de vraag durft te stellen: wat vind ík eigenlijk, wat wil ík en wat past bij mij? Een mooie vorm van zelfvertrouwen zou kunnen zijn: weten dat je mag luisteren naar anderen, terwijl je jezelf ondertussen niet meer uit het oog verliest. Ook wanneer de druk hoog is. Ook wanneer er iets op het spel staat. Ook wanneer je graag wilt laten zien wat je kunt. Welke jas draag jij? Dus als je vandaag een jas aantrekt, vraag jezelf dan eens af welke delen daarvan echt van jou zijn en welke je misschien al jaren draagt omdat je ooit hebt geleerd dat ze nodig waren om erbij te horen. En misschien durf je hem af en toe gewoon uit te trekken.
door Benedict Koopmans • 12 augustus 2026
5 manieren om een ruiter echt te helpen
Meer posts